Gebruiken en tradities in Oeteldonk

In Oeteldonk zul je geen dansmariekes en fazantenveren tegenkomen of het woord alaaf horen. Als je dat woord wel hoort, dan heb je niet met een echte Oeteldonker te maken. De stad staat echter bol van de andere tradities en kent vele symbolen. Soms verhuld en alleen voor de echte kenner herkenbaar als verwijzing naar Oeteldonk, soms overduidelijk aanwezig en onlosmakelijk verbonden met Oeteldonk. De vele symbolen en verwijzingen zijn niet alleen tijdens de drie carnavalsdagen zelf te zien, sommige zijn ook buiten het seizoen altijd aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van monumenten. Wil je je helemaal onderdompelen in de Oeteldonkse cultuur? Ontdek hieronder dan alle tradities en gebruiken of leer het tijdens deze carnavalswandeling.

De blauwe Boerenkiel

De traditionele kleding voor de Oeteldonkse carnavalsvierder, is al sinds jaar en dag nagenoeg ongewijzigd gebleven. De ingeburgerde Oeteldonker is heel eenvoudig te onderscheiden van een niet helemaal ingewijde Oeteldonker of (tijdelijk) naar Oeteldonk geïmporteerde carnavalsvierders. Wist je ook dat vele Oeteldonkers hun kiel opsieren met emblemen en jaarschildjes, waarmee de kiel dus elk jaar weer van een nieuwe element wordt voorzien. Volgens oude traditie mag de kiel niet uitgewassen, maar uitsluitend gelucht worden.

De vlag

Onmiskenbaar één van de meest prominent aanwezige symbolen van het Oeteldonkse carnaval is de Oeteldonkse driekleur rood-wit-geel. De driekleur is alom aanwezig en wappert fier aan tal van vlaggenstokken, aan vele veurgevels en doet ook uitstekend dienst als middel tegen de kou in de vorm van een wollen gebreide sjaal. Zelfs op bumperstickers is de Oeteldonkse tricolore terug te vinden binnen én buiten de durpsgrenzen!

Boer Knillis

Boer Knillis staat symbool voor de (vermeende) oprichter van Oeteldonk, maar kan ook als symbool voor de Oeteldonkse boer gezien worden. Getooid in een traditionele outfit (blauwe kiel, witte wanten, boerenpet) staat hij metershoog prominent te pronken op zijn sokkel op de Markt, pal voor het Zomerpaleis van de Prins. Op carnavalszondag wordt hij vroeg in de middag onthuld door de Prins in het bijzijn van duizenden uitzinnige Oeteldonkers. Carnaval wordt op dinsdag afgesloten met de symbolische begrafenis van boer Knillis (aanvangstijd: 23.55 uur), waarbij de Prins en de Adjudant hoog boven Knillis (in een kraanwagen) cirkelen en hem uiteindelijk van zijn sokkel hijsen en in een platte kar te ruste leggen.

Kikker

De (groene) kikker of de kikvors is een veel gezien symbool tijdens carnaval in Oeteldonk. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is de kikker niet een verwijzing naar het woord ‘Oetel’ in Oeteldonk, maar meer een symbool voor het Oeteldonkse moeras. Oetel is namelijk helemaal geen synoniem voor kikker/kikvors, een veel gemaakte vergissing. Waar het woord ‘oetel ‘ dan wel precies vandaan komt is niet helemaal duidelijk.

Het Volkslied

Het volkslied, in 1884 geschreven door Driek Pakaon en gecomponeerd door Hannes Krassert, is een lofzang op Oeteldonk. Het is opgebouwd uit drie coupletten, waarvan in de praktijk meestal alleen het eerste wordt gezongen. Het wordt onder andere op zondagochtend bij de aankomst van de Prins door duizenden uitzinnige Oeteldonkers luidkeels meegezongen op het plein voor Oeteldonk Centraol, afgesloten met een driewerf en luidkeels geschreeuwde ‘leve de Prins!’ door Driek Pakaon. Wil je ook meezingen? Oefen vast hier.